Bij elke hartslag vult het hart zich met bloed. Daarna trekt de hartspier samen om bloed naar je organen en spieren te pompen. Dit lijkt eenvoudig geregeld, maar in werkelijkheid zit hier een ingewikkeld systeem achter.

Ons hartritme is het beste te vergelijken met een spelletje domino. Speciale cellen in de hartspier vormen samen een reeks dominostenen. Deze geven elkaar een elektrische prikkel door, waardoor het hart uiteindelijk samentrekt.
In dit systeem spelen 2 zenuwknopen een speciale rol:

Sinusknoop: Deze knoop bovenin de rechterboezem is het startpunt. Hier ontstaan elektrische prikkels die zich over de boezems verspreiden naar de AV-knoop.
AV-knoop: Deze knoop ligt op de grens tussen de boezems en kamers. Hij remt de elektrische prikkels af en regelt zo dat de kamers net iets later samentrekken dan de boezems.

Na de AV-knoop gaat de elektrische prikkel langs de bundel van His naar de linker- en rechterbundeltak. Deze vertakken zich tot Purkinjevezels, die de spiercellen van de kamers aanzetten tot samentrekken.

De hoogte van je hartslag wisselt gedurende de dag. Het hart past zich voortdurend aan de omstandigheden aan. In rust hebben de organen minder brandstof nodig, dan daalt de hartslag. Bij inspanning is dit andersom.

En bij iemand met een sterke hartspier pompt het hart per hartslag meer bloed rond dan bij iemand met een minder gespierd hart.

Een normale hartslag in rust ligt bij een volwassene tussen de 60 en 100 slagen per minuut. Het tempo verschilt per persoon. Tijdens de slaap kan de hartslag teruglopen naar 50 slagen per minuut.

Binnen de hartritme uitbreiding kan aangegeven worden wat de hartslag is en wanneer de meting is opgenomen. Combineer deze uitbreiding bijvoorbeeld met ‘Bloeddruk’ om een beter inzicht te krijgen en verbanden te leggen.

©2018 Drimpy

Login met je gegevens

of    

Je gegevens vergeten?

Create Account